Nederland te kwetsbaar voor cybercriminaliteit: de oplossing ligt in het Cyber Security Living Lab
26 januari 2026Cybercriminaliteit is uitgegroeid tot een van de grootste veiligheidsvraagstukken van deze tijd. Dat werd onlangs pijnlijk duidelijk toen de Volkskrant het onderwerp op de voorpagina plaatste. De feiten zijn confronterend: ongeveer de helft van alle aangiften in Nederland heeft inmiddels betrekking op digitale misdaad. Tegelijkertijd is Nederland daar onvoldoende op voorbereid. De opsporing is nog grotendeels gericht op traditionele misdrijven en zelfs de digitale systemen van politie en Openbaar Ministerie blijken verouderd en kwetsbaar voor aanvallen van buitenaf.
Nederland is niet klaar voor deze ontwikkeling en te kwetsbaar voor digitale criminaliteit, is de conclusie van het artikel in de Volkskrant. De urgentie om hier iets tegen te doen is groter dan ooit. “Maar de oplossing is zo simpel. Sterker nog, studenten in het Cyber Security Living Lab werken hier dagelijks al aan,” stelt Peter Roelofsma, professor Risk Management en Cybersecurity bij De Haagse Hogeschool. “De sleutel om digitale criminaliteit aan te pakken ligt hier, in het Lab.”
Een probleem dat alleen maar groter wordt
Wat ooit begon met individuele cybercriminelen, is uitgegroeid tot georganiseerde digitale misdaad. Bedrijven, overheden en burgers worden dagelijks geconfronteerd met datalekken, ransomware en digitale ontwrichting. En die intensiteit neemt alleen maar toe. “Meer dan de helft van de criminaliteit in Nederland gaat inmiddels over digitale misdaad,” stelt Peter Roelofsma, naast professor ook directeur van het Cyber Security Living Lab (CSyLL). “En dat is precies het terrein waar wij in het CSyLL dagelijks aan werken. Dat zelfs de politie en het OM digitaal kwetsbaar zijn, zou ons allemaal wakker moeten schudden. Toch doen we er als samenleving nog veel te weinig tegen.”
Waarom de oplossing in het Cyber Security Living Lab ligt
Volgens Roelofsma vraagt georganiseerde digitale misdaad om een fundamenteel andere aanpak. Niet nog meer rapporten of losse maatregelen, maar een plek waar het probleem zelf centraal staat. “Als er een conflict is tussen moslims en katholieken, ga je dat niet oplossen bij hen in de kerk of moskee,” legt hij uit. “Dan ontstaan er andere krachtenvelden, meer frictie. Breng je het vraagstuk naar de universiteit, dan ontstaat er een totaal andere dynamiek. En dus ruimte voor innovatie en echte antwoorden.”
Dat is precies wat het CSyLL doet: maatschappelijke cybersecurityvraagstukken verplaatsen naar een neutrale, onderzoekende omgeving, waar ze gezamenlijk en zonder institutionele druk worden onderzocht. Roelofsma: “Zo werken biologen ook. Die creëren onderzoeksomgevingen waarin diersoorten en gedrag bestudeerd kunnen worden. Zo moet het ook met cybersecurity: maak het zichtbaar, tastbaar en bespreekbaar.”
Studenten als versneller
In het CSyLL gebeurt dat letterlijk. Er is een Security Operations Center (SOC) ingericht waarin real-time cyberaanvallen worden gemonitord en geanalyseerd. Hier wordt niet alleen gekeken naar wat er misgaat, maar vooral naar hoe systemen reageren, waar kwetsbaarheden ontstaan en hoe die structureel kunnen worden aangepakt. De volgende stap is meer samenwerking met bedrijven en organisaties: samen kijken, samen leren en samen oplossingen bouwen tegen georganiseerde digitale misdaad.
Binnen die aanpak spelen studenten een cruciale rol: niet als onderdeel van een leerexperiment, maar als volwaardige partners in het oplossen van dit complexe vraagstuk. “Studenten zijn geen bijzaak. Studenten zijn de oplossing,” zegt Roelofsma. “Zij brengen nieuwe perspectieven, durven vragen te stellen en werken zonder vastgeroeste aannames.” Juist in een omgeving waar onderwijs, onderzoek en praktijk samenkomen, ontstaat ruimte om verder te kijken dan bestaande structuren.
Vijf voor twaalf
En de urgentie om verder te kijken dan bestaande structuren is groot. “Het is echt vijf voor twaalf,” waarschuwt Roelofsma. “We gaan dit jaar dingen meemaken. Digitale ontwrichting gaat zichtbaar worden in het dagelijks leven.” Dat het onderwerp nu voorpaginanieuws is, noemt hij noodzakelijk. “Goed dat eindelijk breed wordt erkend hoe kwetsbaar Nederland is op het gebied van cybersecurity en cyberweerbaarheid. Deze boodschap is van belang voor iedere burger in dit land.”
Maar aandacht alleen is niet genoeg. “Er is nog heel veel werk aan de winkel voordat onze cyberweerbaarheid op peil is. Dat vraagt om samenwerking, lef en nieuwe manieren van werken. Dat vraagt om het CSyLL.”
Oproep: doe mee
Het Cyber Security Living Lab nodigt beleidsmakers, bedrijven en partners dan ook uit om aan te sluiten. Niet morgen, maar nu. “We moeten boven het maaiveld durven uitstijgen,” zegt Roelofsma. “Organiseer projecten. Werk samen. Help mee bouwen. Hoe we het nu doen, is simpelweg ontoereikend.”
Samenwerken of meer informatie? Neem contact op met Peter Roelofsma via p.h.m.p.roelofsma@hhs.nl.
Over het Cyber Security Living Lab
In het Cyber Security Living Lab werken studenten van De Haagse Hogeschool en mboRijland samen met bedrijven samen aan oplossingen voor de toenemende dreiging van cyberaanvallen. Het lab monitort en managet realtime cybersecuritydreigingen vanuit hackers of kwetsbare systemen bij organisaties en biedt studenten en onderzoekers de kans om deze te herkennen en aan te pakken.
Door samen te werken met bedrijven doen studenten waardevolle praktijkervaring op en verkleinen zij de kloof tussen theorie en praktijk. Organisaties profiteren van praktische inzichten en directe ondersteuning om hun cyberweerbaarheid te versterken. Zo leveren studenten, docenten, onderzoekers en cybersecurity professionals samen een bijdrage aan een toekomst waarin we beter bestand zijn tegen cyberdreigingen.